ECLI:NL:RVS:2011:BR5038
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- R.C.S. Bakker
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake MTV-controle en vreemdelingenbewaring in grensgebied
Op 14 juli 2011 is een vreemdeling staande gehouden en in vreemdelingenbewaring gesteld op een parkeerplaats nabij de grens in het kader van een MTV-controle. De rechtbank heeft op 27 juli 2011 de bewaring opgeheven en de minister schadevergoeding toegekend aan de vreemdeling. De minister stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om de uitspraak van de rechtbank niet direct te hoeven naleven.
De kern van het geschil betrof de rechtmatigheid van artikel 4.17a van het Vreemdelingenbesluit 2000, dat identiteitscontroles in een grensgebied mogelijk maakt zonder rekening te houden met het gedrag van de betrokkene of specifieke omstandigheden. De rechtbank oordeelde dat dit artikel niet voldeed aan de waarborgen uit het arrest Melki en Abdeli van het Hof van Justitie van de EU, omdat het dezelfde werking zou hebben als een verboden grenscontrole.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat artikel 4.17a van het Vb 2000 wel aan de eisen voldoet, omdat het niet hetzelfde effect heeft als een grenscontrole, ondanks dat het geen rekening houdt met gedrag of specifieke omstandigheden. Gezien deze voorlopige beoordeling en het belang van het toezicht op vreemdelingen, werd de minister toegestaan de uitspraak van de rechtbank niet na te leven totdat het hoger beroep is beslist.
De voorzitter benadrukte het spoedeisende karakter van de zaak en dat fundamentele juridische vragen door een meervoudige kamer van de Afdeling moeten worden behandeld. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet na te leven totdat het hoger beroep is beslist.