Uitspraak
200801122/1wordt overwogen dat van in rechte te honoreren vertrouwen eerst sprake kan zijn indien een aan de minister toe te rekenen toezegging uitdrukkelijk, ondubbelzinnig en ongeclausuleerd is gegeven. Niet is gebleken dat de door [appellante] genoemde medewerkers van de DUO, na inzicht te hebben verkregen in alle relevante gegevens - waaronder het feit dat zij met een deficiënte vooropleiding aan de gewogen loting deelnam - ongeclausuleerde toezeggingen hebben gedaan. Er bestaat daarom geen grond voor het oordeel dat de voorzieningenrechter ten onrechte tot de slotsom is gekomen dat niet is onderbouwd dat medewerkers van de DUO uitlatingen hebben gedaan waaraan [appellante] het gerechtvaardigd vertrouwen mocht ontlenen dat haar aanmelding niet als vervallen zou worden beschouwd.