ECLI:NL:RVS:2011:BR5911
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- A.W.M. Bijloos
- M.L.M. van Loo
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening minister tegen uitspraak rechtbank over vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
Bij besluit van 10 juli 2011 werd een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd aan de vreemdeling, die daarna werd voortgezet. De rechtbank verklaarde bij uitspraak van 5 augustus 2011 het beroep van de vreemdeling gegrond en beval onmiddellijke opheffing van de maatregel. De minister stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het verzoek op 16 augustus 2011. De minister stelde dat het niet toewijzen van het verzoek zou leiden tot onomkeerbare gevolgen en dat het grensbewakingsbelang niet langer gewaarborgd zou zijn. De minister voerde tevens aan dat de terugkeerrichtlijn niet van toepassing is in deze zaak.
De voorzitter overwoog dat nader onderzoek naar de grieven in hoger beroep nodig is en dat de procedure zich niet leent voor een inhoudelijke beoordeling. De vreemdeling had geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die voortduring van de maatregel zouden verhinderen. Ondanks de ingrijpende aard van de maatregel, woog het belang van voortduring zwaarder dan het belang van onmiddellijke opheffing.
Daarom werd het verzoek van de minister toegewezen en bepaald dat aan de uitspraak van de rechtbank geen gevolg hoeft te worden gegeven totdat op het hoger beroep is beslist. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen waardoor de vrijheidsontnemende maatregel tegen de vreemdeling wordt voortgezet totdat op het hoger beroep is beslist.