Uitspraak
200601747/1kan bij de beoordeling van de gevolgen op een Natura 2000-gebied een onder het voorheen geldende plan toegestane, maar niet verwezenlijkte bestemming, niet als uitgangspunt worden genomen. Aangezien in dit geval in het geheel geen onderzoek is uitgevoerd naar de gevolgen van de in dit plan voorziene mogelijkheden voor het Natura 2000-gebied "De Veluwe" kan niet op grond van objectieve gegevens worden uitgesloten dat de ontwikkelingen de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen.
200801516/1dient in het kader van een bestemmingsplan een afweging van alle bij het gebruik van de gronden betrokken belangen plaats te vinden, het milieubelang niet uitgezonderd, waarbij de aan te houden afstand tussen de verbouw van gewassen en nabijgelegen gevoelige objecten zodanig gekozen dient te worden dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van het gevoelig object kan worden gegarandeerd. Gelet op de functie van bestrijdingsmiddelen heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het gebruik van deze middelen op percelen die grenzen aan woonpercelen, gevolgen kan hebben voor het woon- en leefklimaat en dat met het instellen van een spuitvrije zone die nadelige gevolgen kunnen worden beperkt. De raad heeft hierbij in redelijkheid een zone van 50 meter als uitgangspunt kunnen hanteren. De raad heeft echter niet gemotiveerd waarom in dit geval onverkort toepassing aan dit uitgangspunt moet worden gegeven. Voor een nadere motivering bestond gelet op de aard van de gewassen die ter plaatse worden geteeld naar het oordeel van de Afdeling wel aanleiding.
200903396/1/H1met betrekking tot een handhavingsbesluit ten aanzien van de bedrijfsactiviteiten overwogen dat [appellant sub 15] geen beroep op het overgangsrecht toekomt, omdat het gebruik van het perceel sinds het van kracht worden van het voorgaande plan "Buitengebied Oosterwolde" is geïntensiveerd en het karakter van het bedrijf is gewijzigd van hobbymatig naar bedrijfsmatig. De Afdeling ziet geen aanleiding hier thans anders over te oordelen. Gelet hierop is de raad er terecht vanuit gegaan dat [appellant sub 15] met betrekking tot de bedrijfsactiviteiten ter plaatse geen beroep op het overgangsrecht toekomt en dat een bedrijfsbestemming voor dit perceel in planologisch opzicht de vestiging van een nieuw bedrijf in het buitengebied zou betekenen.