ECLI:NL:RVS:2011:BR6329
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A. Hagen
- J.C. Kranenburg
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrond verklaring beroep inzake vergoeding planschade bestemmingsplannen Breda
Appellant, eigenaar van een perceel in Breda, vorderde vergoeding van planschade wegens beperktere bouwmogelijkheden in de bestemmingsplannen "Zuilen" en "Princenhage". De gemeenteraad kende een vergoeding toe van €146.470,00, welke bij besluit werd gehandhaafd na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de planologische wijzigingen niet tot waardevermindering leidden omdat onder alle regimes dezelfde hoogste waarde kon worden gerealiseerd.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank onterecht de deskundige StAB volgde, die een makelaar-taxateur had geraadpleegd zonder rapport en de waarde van het perceel baseerde op handhaving van de villa en kantoorbebouwing op het achterterrein. Tevens stelde appellant dat de rechtbank niet had beslist over ontwikkelingsschade. De Raad van State oordeelde dat de StAB als onafhankelijke deskundige mocht worden gevolgd, dat het ontbreken van een taxatierapport niet tot onzorgvuldigheid leidde en dat de vergelijking met referentieobjecten terecht werd afgewezen.
De Raad van State bevestigde dat de rechtbank niet buiten de omvang van het geding trad door de opdracht aan de StAB en dat het deskundigenbericht voldeed aan de eisen van het Mantovanelli-arrest. De stelling van appellant dat ontwikkelingsschade niet werd beoordeeld, faalde omdat geen waardevermindering werd vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.