ECLI:NL:RVS:2011:BR6935
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A.M.E.A. Neuwahl
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bewonersvergunning wegens beschikte stallingsplaats in Amsterdam
Het dagelijks bestuur van het stadsdeel heeft op 24 september 2009 de bewonersvergunning van appellante ingetrokken omdat zij over een stallingsplaats bij haar woning beschikt en onterecht twee vergunningen had. Appellante stelde dat de definitie van stallingsplaats onduidelijk is en dat haar garage/berging te klein is om als stallingsplaats te gelden.
De rechtbank oordeelde dat de garage/berging als stallingsplaats mag worden aangemerkt, ongeacht het feitelijke gebruik of de afmetingen, en dat het Bouwbesluit 1991 niet relevant is voor het gebruik van de ruimte. Ook is het intrekken van de vergunning geen inbreuk op het eigendomsrecht, omdat appellante vrij is te kiezen waar zij parkeert.
Appellante voerde verder aan dat het dagelijks bestuur in strijd met het parkeerbeleid handelde en dat er sprake is van ongelijke behandeling ten opzichte van andere bewoners, maar deze argumenten werden verworpen. De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bewonersvergunning bevestigd.