ECLI:NL:RVS:2011:BS8815
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- R.H.L. Dallinga
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens verkeerde procespartij in rechtsbijstandvergoeding
Bij besluit van 19 augustus 2009 kende de raad een vergoeding toe van €1.066,13 aan een rechtsbijstandverlener voor verleende rechtsbijstand aan een belanghebbende. Tegen dit besluit maakte de rechtsbijstandverlener bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de belanghebbende ongegrond, maar stelde ten onrechte de belanghebbende als eiser aan in plaats van de rechtsbijstandverlener die het beroep had ingesteld.
De appellant stelde in hoger beroep dat hij geen procespartij was en dat de uitspraak daarom vernietigd moest worden. De Raad van State oordeelde dat het beroep wel ontvankelijk was, maar dat de rechtbank op een niet ingesteld beroep had beslist. De partijstelling moest correct zijn, zeker in zaken betreffende de Wet op de rechtsbijstand, waar soms alleen de rechtsbijstandverlener of alleen de belanghebbende partij is.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat de rechtbank alsnog op het juiste beroep moet beslissen. Tevens werd het door appellant betaalde griffierecht van €112,00 terugbetaald. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de rechtbank moet alsnog op het juiste beroep beslissen.