ECLI:NL:RBDHA:2020:8451
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep toekenning extra uren rechtsbijstand wegens ontbreken bezwaar
Eiser verzocht om toekenning van 30 extra uren rechtsbijstand vanwege een omvangrijk strafdossier, maar dit verzoek werd door verweerder afgewezen. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt door de gemachtigde van eiser, niet door eiser zelf. Eiser stelde dat het vanzelfsprekend was dat de gemachtigde namens hem handelde en dat de extra uren noodzakelijk waren vanwege de complexiteit van de zaak.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaarschrift niet duidelijk namens eiser was ingediend en dat eiser zelf geen bezwaar had gemaakt. Volgens vaste rechtspraak zijn zowel de rechtzoekende als de rechtsbijstandverlener belanghebbenden zolang de strafzaak niet is afgerond, maar het bezwaar moet wel door de belanghebbende zelf of namens hem worden ingediend.
Omdat eiser geen bezwaar had ingediend en hem dat ook redelijkerwijs niet kon worden verweten, werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 6:13 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank kwam daardoor niet toe aan inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een door eiser zelf ingediend bezwaar.