ECLI:NL:RVS:2011:BT1934
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Richtlijn terugkeer niet van toepassing op Dublinclaimant in vreemdelingenbewaring
De zaak betreft een vreemdeling die op 6 maart 2011 in vreemdelingenbewaring is gesteld omdat er aanwijzingen waren dat hij zich aan uitzetting zou onttrekken. De vreemdeling had verklaard asiel te hebben gevraagd in Duitsland en zijn vingerafdrukken kwamen in Eurodac voor. De rechtbank had de maatregel van bewaring opgeheven en schadevergoeding toegekend.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de richtlijn 2008/115/EG over terugkeer niet van toepassing is op Dublinclaimanten, omdat de richtlijn alleen betrekking heeft op terugkeer naar derde landen en niet op overdracht tussen lidstaten van de EU op grond van de Dublinverordening. De rechtbank had dit miskend.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep van de minister gegrond en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De maatregel van bewaring werd gehandhaafd vanwege het vermoeden dat de vreemdeling zich aan uitzetting zou onttrekken. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en de maatregel van vreemdelingenbewaring gehandhaafd.