Uitspraak
200905448/1/H2, dat de rechtbank eraan voorbij is gegaan dat nu uit de bewoordingen van de besluiten op bezwaar van 17 november 2009 niet kan worden afgeleid dat de kostenvergoedingen uitdrukkelijk aan de rechtzoekende zijn toegekend, zij moeten worden geacht te zijn toegekend aan [wederpartij]. Hieruit volgt volgens de raad dat hij de kostenvergoedingen terecht in mindering heeft gebracht op de aan [wederpartij] toegekende vergoedingen voor de op basis van toevoegingen verleende rechtsbijstand. Dat de gemeente Leiden abusievelijk de kostenvergoedingen heeft betaald aan de rechtzoekende, maakt niet dat de basis voor verrekening is vervallen, aldus de raad.
201012153/1/H2) heeft overwogen moet in het geval dat op basis van een toevoeging rechtsbijstand is verleend, de kostenvergoeding in de bestuurlijke voorfase worden geacht te zijn toegekend aan de rechtsbijstandverlener, tenzij in het besluit van het bestuursorgaan de vergoeding is toegekend aan de rechtzoekende. Nu uit de redactie van de besluiten op bezwaar van 17 november 2009 niet expliciet en ondubbelzinnig naar voren komt dat de kostenvergoedingen rechtstreeks aan de rechtzoekende zijn toegekend, moeten de kostenvergoedingen in de bestuurlijke voorfase worden geacht te zijn toegekend aan de rechtsbijstandverlener, [wederpartij]. De raad heeft de kostenvergoedingen in bezwaar dan ook terecht in mindering gebracht op de aan [wederpartij] toegekende vergoedingen voor de op basis van toevoegingen verleende rechtsbijstand. Dat de gemeente Leiden de kostenvergoedingen feitelijk heeft uitbetaald aan de rechtzoekende, maakt dit niet anders. [wederpartij] zal zich hiervoor tot de gemeente Leiden moeten wenden.