ECLI:NL:RVS:2011:BT6681
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- D. Roemers
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde op 13 oktober 2009 een boete van €4.000 op aan [wederpartij] wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Deze boete werd gehandhaafd bij bezwaar, maar de rechtbank Rotterdam vernietigde het besluit op 11 november 2010 wegens onvoldoende bewijs.
De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State, stellende dat het boeterapport en het proces-verbaal van aanhouding voldoende duidelijk en gedetailleerd waren om de overtreding vast te stellen. De Raad van State overwoog dat het proces-verbaal onvoldoende specifiek was over de werkzaamheden van de vreemdeling en dat verklaringen van de betrokkenen geen bevestiging boden dat de vreemdeling arbeid had verricht.
Gezien de strenge bewijsvereisten bij punitieve sancties oordeelde de Raad dat het bewijs onvoldoende was om de boete te handhaven. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betalen van griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de vernietiging van de boete bevestigd wegens onvoldoende bewijs.