ECLI:NL:RVS:2011:BT7117
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen maatregel van vreemdelingenbewaring en beëindiging verblijfsrecht
De vreemdeling, houder van de Duitse nationaliteit en daarmee burger van de Europese Unie, werd in vreemdelingenbewaring gesteld en zijn verblijfsrecht werd beëindigd wegens openbare orde. De rechtbank had de Europese richtlijn 2008/115/EG onterecht toegepast, aangezien deze niet van toepassing is op burgers van de Unie. De Raad van State vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank.
De Afdeling bestuursrechtspraak beoordeelt vervolgens het besluit van 23 april 2011 waarin de maatregel van bewaring is genomen. De minister heeft de maatregel gebaseerd op het feit dat de vreemdeling ongewenst is verklaard, niet beschikt over een identiteitsdocument, zich niet aan de vertrektermijn heeft gehouden en geen vaste verblijfplaats heeft. Dit is voldoende grond voor de maatregel.
De vreemdeling stelde dat, gezien zijn EU-burgerschap en het arrest van de Hoge Raad, onderzocht had moeten worden of er een actuele bedreiging van de openbare orde was. De Raad van State oordeelt dat dit niet noodzakelijk is in deze procedure en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.