ECLI:NL:RVS:2011:BT7395
Raad van State
- Hoger beroep kort geding
- C.H.M. van Altena
- H.G. Lubberdink
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding wegens niet tijdig besluit verblijfsvergunning
Appellant diende op 19 oktober 2007 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met een beperking voor arbeid in loondienst. Na bezwaar tegen het niet tijdig nemen van een besluit, werd hem op 24 september 2008 alsnog een vergunning verleend op grond van Besluit nr. 1/80. Vervolgens verzocht appellant om schadevergoeding wegens inkomensderving door de vertraging.
De staatssecretaris wees dit verzoek af, stellende dat appellant de schade niet had aangetoond en er geen oorzakelijk verband bestond tussen de schade en het niet tijdig nemen van het besluit. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond.
Appellant voerde aan dat hij door de vertraging een concreet aanbod tot arbeid niet kon accepteren en dat hij ook geen bijstandsuitkering kon aanvragen vanwege de vertraging. De Raad van State oordeelde dat de uitzendovereenkomst onvoldoende concreet was en dat het verblijfsrecht rechtstreeks uit Besluit nr. 1/80 voortvloeit, waardoor de aanvraag van bijstand niet afhankelijk was van het verblijfsdocument. De Afdeling bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding bevestigd.