Uitspraak
200806686/1), kan met de ter inzage legging van een ontwerpbestemmingsplan, en ook een wijzigingsplan, concreet zicht op legalisatie bestaan, maar dit leidt uitzondering indien op voorhand duidelijk is dat het plan geen rechtskracht zal verkrijgen. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat die situatie zich in dit geval voordoet. Zij heeft daartoe met juistheid overwogen dat in het besluit van 18 november 2008 geen feiten en omstandigheden naar voren zijn gebracht op grond waarvan het college er zonder meer vanuit mocht gaan dat het wijzigingsplan rechtskracht zou verkrijgen en dat het ten aanzien van de door [appellant sub 1] en anderen ingediende zienswijzen tegen dat plan had moeten beoordelen of die op voorhand tot de conclusie hadden moeten leiden dat het wijzigingsplan niet in werking zou treden. Dat geen concreet zicht op legalisatie bestond, is bevestigd met de uitspraak van de Afdeling van 10 maart 2010 in zaak nr.
200903038/1/R2, waarin is geoordeeld dat het college geen gebruik mocht maken van de in artikel 13, lid A, onder 1 en sub a, van de planvoorschriften neergelegde wijzigingsbevoegdheid, nu die bevoegdheid zich niet uitstrekt over "Agrarisch gebied met landschappelijke en natuurlijke waarde" met de aanduiding "archeologisch waardevol". Het had vanwege de strijdigheid met de planvoorschriften voor het college derhalve op voorhand duidelijk moeten zijn dat het ter inzage gelegde wijzigingsplan niet in werking zou treden.