Uitspraak
200703674/1).
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Barneveld wees op 7 december 2009 de aanvraag van appellant voor een uitwegvergunning af, met als motief de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en groenvoorzieningen. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank Arnhem vernietigde het bezwaarbesluit echter op 14 december 2010, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat het college stelde dat het bedrijfspand ook via een alternatieve route bereikbaar was.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State en voerde aan dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen in stand had gelaten en dat de belangenafweging onjuist was. De Afdeling oordeelde dat het college de belangenafweging naar behoren had gemaakt en dat de rechtbank terecht de rechtsgevolgen grotendeels in stand had gelaten. Wel werd geoordeeld dat de rechtbank ten onrechte had vastgesteld dat de rechtsbijstand niet beroepsmatig was verleend.
De Afdeling stelde vast dat de rechtsbijstand beroepsmatig werd verleend door een derde partij en dat de proceskosten daarom vergoed moeten worden. Het hoger beroep werd gegrond verklaard voor zover het college niet tot vergoeding van proceskosten was veroordeeld, en de rest van de uitspraak werd bevestigd. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant, terwijl de afwijzing van de uitwegvergunning in stand blijft.