Uitspraak
200909913/1/H2), uit het bepaalde in artikel 16, eerste lid, gelezen in samenhang met het vierde en vijfde lid, van de Awir voort dat aan de verlening van, voor zover van belang, een voorschot zorgtoeslag geen gerechtvaardigd vertrouwen kan worden ontleend dat een met dat voorschot overeenkomende aanspraak op toeslag bestaat. Het voorschot wordt immers slechts verleend tot het vermoedelijke bedrag van de tegemoetkoming en die verlening kan worden herzien. De voorschotten worden verrekend met de tegemoetkoming hetgeen eveneens kan leiden tot een terugvordering. In artikel 26 van Pro de Awir is voorts dwingendrechtelijk bepaald dat indien een verrekening van een voorschot met een tegemoetkoming, zoals hier aan de orde, leidt tot een terugvordering, de belanghebbende het bedrag van de terugvordering in zijn geheel is verschuldigd. Nu de Awir niet de bevoegdheid geeft af te zien van de terugvordering van een bedrag dat bij wijze van voorschot is uitbetaald, is de rechtbank terecht en op goede gronden tot de slotsom gekomen dat de Belastingdienst terecht heeft bepaald dat [appellante] het bedrag van € 994,00 moet terugbetalen.