ECLI:NL:RVS:2011:BU2862
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid staandehouding in kader Mobiel Toezicht Vreemdelingen
Bij besluit van 10 juli 2011 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en beval opheffing van de bewaring met schadevergoeding. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de staandehouding van de vreemdeling rechtmatig heeft plaatsgevonden binnen het wettelijke kader van artikel 50 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en artikel 4.17a van het Vreemdelingenbesluit 2000, in het kader van het Mobiel Toezicht Vreemdelingen (MTV-controle). Het proces-verbaal geeft voldoende inzicht in de naleving van de normering en de ervaringsgegevens die het toezicht rechtvaardigen.
De Raad stelt dat de rechtbank het onderzoek had moeten schorsen indien er concrete aanwijzingen waren voor nadere informatie, maar dat de stellingen van de vreemdeling daartoe onvoldoende waren. Ook is overwogen dat voor een staandehouding ter bestrijding van illegaal verblijf geen redelijk vermoeden vereist is. Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard zonder schadevergoeding toe te kennen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd; het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.