Uitspraak
201004647/1/H1) kan de bevoegdheid om een projectbesluit te nemen, gelet op artikel 3.10, eerste lid, gelezen in verbinding met artikel 1.1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wro, slechts worden aangewend voor het verwezenlijken van een project. Een projectbesluit kan slechts voorzien in de behoefte om, vooruitlopend op de vaststelling van een bestemmingsplan, een concreet voornemen te verwezenlijken dat, gelet op artikel 1.1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wro, wijzigingen aanbrengt in de fysieke leefomgeving.
200807766/1/H1), behoort bij de beoordeling of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid alleen rekening te worden gehouden met de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van het realiseren van het bouwplan. Een reeds bestaand tekort kan als regel buiten beschouwing worden gelaten. Anders dan in de verkeerskundige rapporten van Arthic van 20 augustus 2010 en 2 februari 2011 is geconcludeerd, voorziet het bouwplan in een uitbreiding van een reeds bestaande winkelfunctie, zodat het college voor de vaststelling van de ten gevolge van het bouwplan benodigde parkeergelegenheid slechts hoefde uit te gaan van de functieuitbreiding. Dat het pand feitelijk een periode heeft leeggestaan is in dit kader niet relevant. Niet in geschil is dat het bouwplan voorziet in 18 parkeerplaatsen en dat daarnaast nog 11 parkeerplaatsen op een naastgelegen perceel zullen worden gerealiseerd. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat de parkeerbehoefte als gevolg van de realisering van het bouwplan vijf extra parkeerplaatsen bedraagt. Volgens de door Vinkeveen Supermarkt overgelegde verkeerskundige rapporten zijn in het geval van een functieuitbreiding tenminste 24 extra parkeerplaatsen nodig, waarbij tevens rekening is gehouden met compensatie van de na realisering van het bouwplan vervallen parkeerplaatsen. Daargelaten of dit minimumaantal van 24 parkeerplaatsen juist is, wordt overwogen dat daarin wordt voorzien met de 29 te realiseren parkeerplaatsen. Voorts bestaat geen grond voor het oordeel dat, zoals Vinkeveen Supermarkt betoogt, deze parkeerplaatsen niet bruikbaar zouden zijn. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat, anders dan door Vinkeveen Supermarkt is aangevoerd, geen uitritvergunning voor de parkeerplaatsen nodig is, maar op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening een melding moet worden gedaan, hetgeen op 12 oktober 2010 is gebeurd. De enkele omstandigheid dat enkele parkeerplaatsen moeilijker bereikbaar zouden zijn biedt, wat daar verder van zij, geen grond voor het oordeel dat de parkeerplaatsen onbruikbaar en derhalve niet beschikbaar zouden zijn.
201101672/2/H1heeft overwogen, is door de exploitant van de op de percelen gevestigde supermarkt, [exploitant], medegedeeld dat bevoorrading door vrachtwagens met een lengte zoals afgebeeld op de situatieschets bij het rapport van Arthic van 2 februari 2011 uitsluitend om 7.00 uur 's ochtends voor opening van de winkel zal plaatsvinden, zodat gebruik kan worden gemaakt van de parkeerplaatsen op eigen terrein en dat tijdens openingstijden van de winkel de bevoorrading zal plaatsvinden door vrachtwagens met een lengte van maximaal 12 m, die niet uitsteken over het trottoir en de Kerklaan.