ECLI:NL:RVS:2011:BU4606
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- C.H.M. van Altena
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boeteoplegging wegens onvoldoende vakantiebijslag en loon volgens Wet minimumloon
De minister legde aan appellante een boete van €3.700 op wegens het niet voldoen aan het minimumloon en de minimumvakantiebijslag aan een medewerker over de periode mei 2007 tot januari 2008. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de boete van €700 voor de te lage vakantiebijslag onevenredig hoog was in verhouding tot het te weinig betaalde bedrag en dat de minister dit had moeten matigen. Tevens werd geoordeeld dat de boeteoplegging een discretionaire bevoegdheid betreft waarbij rekening moet worden gehouden met de ernst en verwijtbaarheid.
De Raad vernietigde het besluit waarin de boete van €700 was gehandhaafd en het latere besluit waarin de minister naliet de proceskosten te vergoeden. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante en het griffierecht. De uitspraak trad in de plaats van het vernietigde besluit.
Uitkomst: De boete van €700 wegens onvoldoende vakantiebijslag wordt vernietigd en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.