ECLI:NL:RBSHE:2011:BU8373
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Venekamp
- E.M. de Stigter
- P.H.C.M. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en matiging boete wegens overtreding Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag
De rechtbank 's-Hertogenbosch behandelde het beroep van eiser tegen een boete opgelegd door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wegens het niet of onvoldoende uitbetalen van vakantiebijslag aan elf Poolse werknemers, in strijd met artikel 15 van Pro de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wmm).
Uit het boeterapport bleek dat eiser een totaalbedrag van €2.423,88 aan vakantiebijslag niet conform de Wmm had uitbetaald. Eiser stelde dat het vakantiegeld was verrekend met huisvestingskosten en dat aan twee werknemers contante betalingen waren gedaan, wat de rechtbank niet aannemelijk vond. Ook voerde eiser gezondheidsproblemen aan als verzachtende omstandigheid, wat door de rechtbank werd verworpen.
De rechtbank oordeelde dat de boete van €7.700,00 in overeenstemming was met de beleidsregels en niet disproportioneel was. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de afhandeling van de procedure was overschreden, waardoor de boete met 10% werd verminderd tot €6.930,00. Daarnaast werd het bestreden besluit vernietigd en het eerdere besluit herroepen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
De uitspraak bevestigt dat het bestuursorgaan discretionaire bevoegdheid heeft bij boeteoplegging, maar dat de rechter toetst op evenredigheid en redelijke termijn. De zaak illustreert de toepassing van beleidsregels en de impact van procedurele termijnen op bestuursrechtelijke boetes.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van artikel 15 Wmm wordt gematigd tot €6.930,00 wegens overschrijding van de redelijke termijn.