ECLI:NL:RVS:2011:BU5385
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- A.W.M. Bijloos
- L. Groenendijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen boetebesluit in vreemdelingenrecht
Bij besluit van 21 april 2010 legde de minister aan verzoekster een boete van €8.000 op wegens overtreding van artikel 5:20 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met artikel 18, tweede lid, van de Wet arbeid vreemdelingen. Verzoekster maakte bezwaar en stelde beroep in, dat beide ongegrond werden verklaard. Vervolgens verzocht zij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening om de rechtsgevolgen van het boetebesluit op te schorten.
De voorzitter wees een eerder verzoek af omdat niet aannemelijk was dat verzoekster door het niet schorsen van het boetebesluit in financiële nood zou komen, mede gelet op het positieve bedrijfsresultaat in 2010 en het ontbreken van pogingen tot betalingsregeling. Bij het nieuwe verzoek voerde verzoekster aan dat zij door extra uitgaven, zoals het verhelpen van een lekkage, in een slechte financiële situatie verkeerde en dat een deurwaarder betaling sommeerde.
De voorzitter oordeelde dat deze omstandigheden onvoldoende waren om het eerdere oordeel te wijzigen, temeer omdat verzoekster geen aanvullende financiële stukken overlegde en geen betalingsregeling had gezocht uit principiële overwegingen. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het boetebesluit wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van financiële nood.