ECLI:NL:RVS:2011:BU6333
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- D. Roemers
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Belastingdienst over huurtoeslag na overlijden belanghebbende
De Belastingdienst stelde bij besluit van 12 maart 2010 de huurtoeslag over 2008 van de overledene op nihil en vorderde terugbetaling van voorschotten. De erven maakten bezwaar en gingen in beroep bij de rechtbank, die het besluit vernietigde en de Belastingdienst opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De Belastingdienst stelde vervolgens bij besluit van 23 september 2011 de huurtoeslag vast op €254,00 en betaalde €15,00 rente. De Belastingdienst ging tegen de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de Belastingdienst het toetsingsinkomen van de overledene correct tijdsevenredig had herleid door het verzamelinkomen, zoals vastgesteld in de aanslag inkomstenbelasting, met 12/2 te vermenigvuldigen. De rechtbank had ten onrechte de vakantie-uitkering apart tijdsevenredig herleid. De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 23 september 2011, en verklaarde het beroep van de erven ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Belastingdienst wordt gegrond verklaard en het beroep van de erven wordt ongegrond verklaard.