Uitspraak
200708338/1inzake het bestemmingsplan "Wester Amstel" haar niet baat, heeft miskend dat uit die uitspraak volgt dat op het perceel geen nieuwe woning gerealiseerd mag worden.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen verleende op 16 december 2008 vrijstelling van het bestemmingsplan voor het oprichten van een woning op een perceel te Amstelveen, gevolgd door een bouwvergunning op 9 januari 2009. Tegen deze besluiten maakte appellante bezwaar, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Appellante voerde aan dat de verklaring van geen bezwaar van het college van gedeputeerde staten in strijd was met het toetsingskader vrijkomende agrarische bebouwing van Noord-Holland, omdat niet voldaan werd aan de voorwaarden omtrent het aantal woningen en locatie binnen het agrarisch bouwperceel. De Afdeling oordeelde dat het perceel de bestemming 'Wonen' had en het toetsingskader daarom niet van toepassing was. Daarnaast faalden de bezwaren over privaatrechtelijke hinder en de belangenafweging door het college.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college van 21 september 2009 wegens strijd met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit bleven echter in stand. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellante.
De uitspraak werd gedaan op 30 november 2011 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, met als voorzitter R.W.L. Loeb en leden A.W.M. Bijloos en S.F.M. Wortmann.
Uitkomst: Het besluit van het college tot vrijstelling van het bestemmingsplan wordt vernietigd, het beroep wordt gegrond verklaard en het college wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.