ECLI:NL:RVS:2011:BU6339

Raad van State

Datum uitspraak
30 november 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
201101740/1/H3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:73 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging uitspraak rechtbank over intrekking overlastvergunning en sluiting café

De burgemeester van Helmond heeft op 24 juni 2009 besloten tot sluiting van een café en op 25 augustus 2009 de overlastvergunning voor de exploitatie van deze inrichting ingetrokken. Na bezwaarprocedures verklaarde de burgemeester het bezwaar tegen de sluiting gegrond, maar handhaafde het besluit onder wijziging van de grondslag. De rechtbank 's-Hertogenbosch vernietigde vervolgens de besluiten van de burgemeester en herroepen werden de besluiten tot sluiting en intrekking van de vergunning.

De appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, met name tegen de afwijzing van zijn verzoek om schadevergoeding wegens de intrekking van de overlastvergunning en sluiting van het café. Hij voerde aan dat zijn partner een drank- en horecawetvergunning had kunnen aanvragen en de exploitatie had kunnen voortzetten.

De Raad van State oordeelde dat het niet vaststaat dat het college van burgemeester en wethouders een dergelijke vergunning zou hebben verleend, waardoor sprake is van een toekomstige onzekere gebeurtenis. Daarom was er geen grond om te concluderen dat de appellant reële schade had geleden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, waarbij het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

201101740/1/H3.
Datum uitspraak: 30 november 2011
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te Helmond,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 28 december 2010 in zaken nrs. 10/372 en 10/373 in het geding tussen:
[appellant]
en
de burgemeester van Helmond.
1. Procesverloop
Bij besluit van 24 juni 2009 heeft de burgemeester de sluiting van –naam café], gevestigd op het adres [locatie] te Helmond (hierna: de inrichting), bevolen. Op 14 juli 2009 heeft de burgemeester dit besluit op schrift gesteld.
Bij besluit van 25 augustus 2009 heeft de burgemeester, voor zover thans van belang, de aan [appellant] verleende overlastvergunning voor de exploitatie van de inrichting ingetrokken.
Bij besluit van 8 december 2009 heeft de burgemeester het door [appellant] gemaakte bezwaar tegen de intrekking van de overlastvergunning ongegrond verklaard. Bij besluit van 17 december 2009 heeft de burgemeester het door [appellant] gemaakte bezwaar tegen de sluiting van de inrichting gegrond verklaard en het besluit van 24 juni 2009, onder wijziging van de grondslag, gehandhaafd.
Bij uitspraak van 28 december 2010, verzonden op 30 december 2010, heeft de rechtbank de door [appellant] tegen de besluiten van 8 december 2009 en 17 december 2009 ingestelde beroepen gegrond verklaard, deze besluiten vernietigd, de besluiten van 25 augustus 2009 en 24 juni 2009 herroepen en het door [appellant] gedane verzoek om schadevergoeding afgewezen. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 2 februari 2011, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 8 maart 2011.
De burgemeester heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 21 september 2011, waar [appellant], vertegenwoordigd door mr. A.A.P.M. Theunen, advocaat te Veghel, en de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. P. Helmus, werkzaam bij de gemeente Helmond, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 8:73, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan de rechtbank, indien zij het beroep gegrond verklaart en indien daarvoor gronden zijn, op verzoek van een partij het bestuursorgaan veroordelen tot vergoeding van de schade die die partij lijdt.
2.2. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte zijn, op grond van artikel 8:73, eerste lid, van de Awb gedane, verzoek om schadevergoeding heeft afgewezen. Hiertoe voert hij aan dat hij, ondanks het feit dat in rechte vaststaat dat de aan hem verleende drank- en horecawetvergunning is ingetrokken, schade heeft geleden als gevolg van de intrekking van de overlastvergunning en de sluiting van de inrichting. Zijn partner had immers een drank- en horecawetvergunning kunnen aanvragen en de inrichting kunnen exploiteren, aldus [appellant].
2.3. Zoals de burgemeester ter zitting van de Afdeling heeft verklaard stond, indien de partner van [appellant] een aanvraag voor een drank- en horecawetvergunning zou hebben ingediend, niet vast dat het college van burgemeester en wethouders deze zou hebben ingewilligd. Derhalve is die omstandigheid een zodanige toekomstige onzekere gebeurtenis dat daarin geen grond kan worden gevonden voor het oordeel dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat [appellant] geen reële schade als gevolg van de intrekking van de overlastvergunning en de sluiting van de inrichting heeft geleden. Reeds hierom heeft de rechtbank het door [appellant] gedane verzoek om schadevergoeding op grond van artikel 8:73, eerste lid, van de Awb, terecht afgewezen.
Het betoog faalt.
2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank dient te worden bevestigd, voor zover aangevallen.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling in hoger beroep bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, voorzitter, en mr. T.G.M. Simons en mr. J. Hoekstra, leden, in tegenwoordigheid van mr. P. Klein, ambtenaar van staat.
w.g. Lubberdink w.g. Klein
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 30 november 2011
176-591.