Uitspraak
201006426/1/R2, en 13 juli 2011 in zaak nr.
201008514/1) kan een belanghebbende die een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan aanvecht dat de oprichting van woningen mogelijk maakt, zich ten einde vernietiging van dat besluit te bewerkstelligen in beginsel niet succesvol beroepen op het niet in acht nemen van de normen van de Wet geluidhinder voor zover het betreft de geluidbelasting ter hoogte van de op te richten woningen.
201010852/1/R1, komt de Afdeling tot het oordeel dat [appellant] en anderen zich niet op de in geding zijnde normen kunnen beroepen. Voor [appellant] en anderen gaat het immers om het belang dat de aan het plangebied grenzende gronden gevrijwaard blijven van de invloed van woningbouw. De Afdeling laat deze beroepsgrond, daargelaten of deze zou slagen, dan ook buiten beschouwing, nu artikel 1.9 van de Chw er niet toe kan leiden dat het bestreden besluit om die reden wordt vernietigd.
200900844/1), overweegt de Afdeling dat deze beroepsgrond is gericht tegen het niet vaststellen van financiële delen van een exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, en artikel 6.18 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro).