ECLI:NL:RVS:2011:BU7094
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- M.A.A. Mondt-Schouten
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen door vennootschap
De minister legde op 1 februari 2010 een boete van €19.000 op aan een vennootschap wegens overtreding van de artikelen 2, eerste lid, en 15, tweede lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De vennootschap stelde in hoger beroep dat de betrokken vreemdelingen als zelfstandigen werkten en dat zij niet als werkgever kon worden aangemerkt. Tevens werd betoogd dat de boete gematigd moest worden vanwege vermeende geringe verwijtbaarheid.
De Raad van State oordeelde dat de vreemdelingen onder gezag van een derde partij werkten en dat de vennootschap als feitelijk werkgever moest worden beschouwd. De stellingen dat de vreemdelingen zelfstandigen waren en dat de vennootschap niet als werkgever kon worden aangemerkt, werden verworpen. Daarnaast werd vastgesteld dat de vennootschap onvoldoende maatregelen had getroffen om overtreding van de Wav te voorkomen en dat de boete passend was.
De Raad van State bevestigde daarmee het eerdere oordeel van de rechtbank Amsterdam en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €19.000 aan de vennootschap wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen.