ECLI:NL:RVS:2011:BU9574
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake asielaanvraag wegens onjuiste motivering en beoordeling
De zaak betreft het hoger beroep van de minister tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag van een vreemdeling vernietigde. De rechtbank had geoordeeld dat de minister de verwijzing van de vreemdeling naar een opvangcentrum (OC) niet voldoende had gemotiveerd en dat de minister ten onrechte was afgezien van een nader gehoor.
De Raad van State oordeelt dat de verwijzing naar het OC niet op inhoudelijke gronden, maar op logistieke redenen is gebaseerd, wat toelaatbaar is. De minister heeft met de vereiste zorgvuldigheid op de aanvraag kunnen besluiten zonder een nieuw gehoor. Daarnaast heeft de minister terecht geoordeeld dat de vreemdeling onvoldoende medewerking heeft verleend aan het vaststellen van zijn reisroute, waardoor de minister een omstandigheid als bedoeld in artikel 31, tweede lid, aanhef en onder f, van de Vreemdelingenwet 2000 tegen kon werpen.
De Raad bevestigt dat de beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas primair aan de minister toekomt en dat de rechter deze beoordeling slechts terughoudend toetst. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat het asielrelaas geen positieve overtuigingskracht heeft. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.