Uitspraak
200905023/1/R3).
200907364/1/R2).
Raad van State
Bij besluit van 18 november 2009 stelde de raad van de gemeente Deventer het bestemmingsplan en exploitatieplan 'Bedrijvenpark A1' vast. Diverse partijen, waaronder Vereniging Woonmilieu Epse en anderen, stelden beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de zaak op 2 december 2011.
De Afdeling oordeelde dat Woonmilieu Epse als belanghebbende kan worden aangemerkt. Uitvoerig werd ingegaan op de bezwaren omtrent de behoefte aan kantoorlocaties en de financiële uitvoerbaarheid van het plan. Hoewel de economische recessie al bij vaststelling was voorzien, werd geoordeeld dat de raad onvoldoende inzichtelijk had gemaakt waarom niet al bij vaststelling rekening werd gehouden met de afgenomen vraag naar kantoorruimte. Dit leidde tot de conclusie dat het besluit tot vaststelling van het plandeel 'Kantoor' onzorgvuldig tot stand is gekomen.
Daarnaast werden bezwaren over de behoefte aan bedrijventerreinen, bufferzones, ecologische hoofdstructuur en archeologische bescherming besproken. Deze werden grotendeels ongegrond verklaard. Het beroep tegen het exploitatieplan werd deels niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belanghebbende status, maar waar ontvankelijk werd het beroep gegrond verklaard vanwege procedurele gebreken, onder meer inzake taxatierapporten en onafhankelijkheid van de taxateur.
De Afdeling vernietigde het besluit voor zover het plandeel 'Kantoor' en het exploitatieplan betroffen, en wees de overige beroepen af. Tevens werd de raad veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan meerdere appellanten.
Uitkomst: Het bestemmingsplan en exploitatieplan zijn vernietigd voor het plandeel 'Kantoor' wegens onzorgvuldigheid; overige beroepen zijn ongegrond verklaard.