Uitspraak
201012504/2/R3in overweging 2.6.1 overwogen dat deze beroepsgrond betrekking heeft op een mogelijke onregelmatigheid van na de datum van het bestreden besluit en reeds om die reden de rechtmatigheid van dat besluit niet kan aantasten. De Afdeling ziet geen aanleiding voor een ander oordeel. Het betoog faalt.
200608226/1, van oordeel dat [appellant] op basis van de akte van levering geen rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken belang heeft.
201006426/1/R2heeft overwogen, leidt de Afdeling tot het oordeel dat [appellant] zich niet op de in geding zijnde normen kan beroepen. Voor [appellant] gaat het immers om het belang dat het aan het plangebied grenzende perceel met het nummer [...] waarvan hij eigenaar is, gevrijwaard blijft van de invloed van woningbouw op de naastgelegen gronden. Wat er verder ook zij van die belangen in het licht van het vereiste van een goede ruimtelijke ordening, de in geding zijnde normen voor het voorkomen van trillinghinder en beperken van veiligheidsrisico's hebben niet de strekking die belangen te beschermen. Wat betreft de normen voor het beperken van veiligheidsrisico's verwijst de Afdeling naar haar uitspraak van 31 augustus 2011 in zaak nr.
201010852/1/R1. De Afdeling laat deze beroepsgronden, daargelaten of deze beroepsgronden zouden slagen, dan ook buiten beschouwing, nu artikel 1.9 van de Chw er niet toe kan leiden dat het bestreden besluit om die reden wordt vernietigd.
201008514/1/M3.
201012504/2/R3overwogen dat, zelfs al zou worden aangenomen dat sprake is van ongeoorloofde staatssteun bij de aankoop van gronden in het plangebied door de gemeente, voor welke aanname de beschikbare stukken overigens geen aanknopingspunten bieden, dit niet in de weg kan staan aan de financiële uitvoerbaarheid van het plan. Partijen die gronden in het plangebied hebben verkocht aan de gemeente hebben dat immers gedaan ten behoeve van de uitvoering van het plan vanwege de gemeente. Een eventuele terugvordering van ongeoorloofde staatssteun bij de verkopende partij ten gunste van de gemeente kan derhalve reeds daarom niet afdoen aan de financiële uitvoerbaarheid van het plan. De Afdeling ziet geen aanleiding voor een ander oordeel. Ook anderszins is niet gebleken dat het plan niet financieel uitvoerbaar is. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de raad ter zitting onweersproken heeft gesteld dat de extra kosten die gemoeid zijn met maatregelen die zijn bedoeld om eventuele trillinghinder te voorkomen of te beperken ter plaatse van de nieuwe woningen, voor rekening komen van de ontwikkelaars. Het betoog faalt.