ECLI:NL:RVS:2012:BV2455
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking toevoeging rechtsbijstand wegens overbedeling bij echtscheiding
Appellante kreeg na haar echtscheiding een vordering wegens overbedeling van €16.948,76, wat meer dan 50% van het heffingvrij vermogen van €23.423 bedraagt. De raad trok daarop de eerder verleende toevoeging rechtsbijstand met terugwerkende kracht in, omdat dit volgens het beleid op grond van artikel 34g Wrb gerechtvaardigd was.
Appellante voerde aan dat haar belastingschulden en andere schulden als huwelijkse schulden meegewogen moesten worden en dat er sprake was van zwaarwegende en bijzondere omstandigheden, zoals haar financiële situatie en zorg voor een ziek kind. De rechtbank en de Raad van State oordeelden echter dat deze schulden niet in mindering gebracht konden worden en dat de omstandigheden niet tot afwijking van het beleid leidden.
De Raad van State bevestigde daarmee het intrekkingsbesluit en het oordeel van de rechtbank, waarbij ook werd gewezen op het beleid in het Handboek Toevoegen 2007 en eerdere jurisprudentie. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de toevoeging rechtsbijstand aan appellante wordt bevestigd wegens het ontvangen bedrag dat meer dan 50% van het heffingvrij vermogen bedraagt zonder zwaarwegende omstandigheden.