ECLI:NL:RVS:2010:BO8278
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- A.M. van Meurs-Heuvel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking toevoeging rechtsbijstand wegens overschrijding heffingvrij vermogen
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de intrekking van een toevoeging voor rechtsbijstand die hem op 14 juni 2006 was verleend. De raad had deze toevoeging op 30 september 2008 met terugwerkende kracht ingetrokken omdat appellant als resultaat van de echtscheidingsprocedure een vordering had die ten minste 50% van het heffingvrij vermogen overschreed.
Appellant voerde aan dat het onredelijk was dat de toevoeging werd ingetrokken terwijl hij het bedrag had gebruikt om schulden af te lossen en een huis te kopen voor zichzelf en zijn dochter. De raad stelde zich op het standpunt dat dit geen zwaarwegende omstandigheid vormde die intrekking kon verhinderen, conform het beleid neergelegd in het Handboek Toevoegen 2007.
De rechtbank Amsterdam had het standpunt van de raad gevolgd en het beroep van appellant ongegrond verklaard. De Raad van State bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat de intrekking van de toevoeging terecht was, omdat de wet en het beleid duidelijk maken dat het gebruik van de opbrengst voor andere doeleinden geen zwaarwegende omstandigheid is.
Ook een klacht van appellant over ongelijke behandeling ten opzichte van zijn ex-echtgenote wordt afgewezen wegens strijd met de goede procesorde. De Raad van State ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De intrekking van de toevoeging voor rechtsbijstand met terugwerkende kracht wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.