ECLI:NL:RVS:2012:BV2467
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- M.A.A. Mondt-Schouten
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding tewerkstellingsvergunning bij terbeschikkingstelling Poolse werknemers
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan appellant een boete van €16.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat Poolse werknemers zonder tewerkstellingsvergunning arbeid verrichtten. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit van de minister, stellende dat nader onderzoek nodig was naar de aard van de dienstverrichting.
De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State, die prejudiciële vragen stelde aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de uitleg van de richtlijn 96/71/EG en de EG-Verdragsartikelen 49 en 50 (thans 56 en 57 VWEU). Het Hof bevestigde dat de eis van een tewerkstellingsvergunning niet in strijd is met het EU-recht indien sprake is van terbeschikkingstelling van werknemers.
De Raad van State oordeelde dat uit het boeterapport en de aannemingsovereenkomsten blijkt dat de Poolse werknemers door het Poolse bedrijf aan appellant ter beschikking werden gesteld en onder leiding van appellant werkten. De verplaatsing naar Nederland was het doel van de dienstverrichting, wat voldoet aan de criteria voor terbeschikkingstelling. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat nader onderzoek nodig was.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de minister gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De boete van €16.000 wegens overtreding van de Wav wordt bevestigd en het beroep van appellant ongegrond verklaard.