Uitspraak
200902484/1/V6,
200902485/1/V6en
200902489/1/V6, ter zitting behandeld op 22 oktober 2009, waar de minister, vertegenwoordigd door mr. M.M. Odijk, werkzaam bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en [wederpartij], vertegenwoordigd door mr. P.J.M. Boomaars, advocaat te Breda, zijn verschenen.
200801014/1gestelde prejudiciële vragen.
200902484/1/V6,
200902485/1/V6en <a target="_blank" href="http://200902489/1/V6">200902489/1/V6</a>, ter zitting voortgezet op 10 november 2011, waar de minister, vertegenwoordigd door mr. M. Hokke, werkzaam bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en [wederpartij], vertegenwoordigd door mr. P.J.M. Boomaars, advocaat te Breda, zijn verschenen.
200801014/1, heeft de Afdeling het Hof verzocht bij wege van prejudiciële beslissing uitspraak te doen op de twee, hieronder vermelde, vragen. De Afdeling heeft in die uitspraak overwogen dat uit de toelichting bij het Besluit volgt dat, voor zover thans van belang, artikel 1e, eerste lid, aanhef en onder c, van het Besluit ziet op terbeschikkingstellingsituaties als bedoeld in artikel 1, derde lid, onder c, van richtlijn 96/71/EG. De gestelde vragen luidden als volgt: