ECLI:NL:RVS:2012:BV2478
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- D. Roemers
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring na ontruiming kraakpand Schijnheilig
Appellante werd op 6 juli 2011 in vreemdelingenbewaring gesteld na een ontruimingsactie van het kraakpand 'Schijnheilig' te Amsterdam, waarbij circa 150 demonstranten werden aangehouden wegens verstoring van de openbare orde. Van 52 demonstranten, waaronder appellante, kon de identiteit tijdens het strafrechtelijk traject niet worden vastgesteld. Na strafrechtelijke ophouding werden zij op grond van de Vreemdelingenwet 2000 opgehouden voor verhoor en ter beschikking gesteld van de vreemdelingenpolitie. Appellante werd vervolgens in vreemdelingenbewaring gesteld.
De minister stelde dat geen aanwijzingen bestonden voorafgaand aan de ontruiming dat vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf aanwezig waren, maar dat na afloop van de ophoudingstermijn voldoende gronden bestonden om bewaring toe te passen. Appellante voerde aan dat de bevoegdheid tot ophouden en inbewaringstelling onrechtmatig was gebruikt om alsnog haar identiteit te achterhalen, en dat het ontbreken van een identiteitsbewijs onvoldoende grond was voor bewaring.
De Raad van State oordeelde dat geen feiten of omstandigheden waren gebleken die duidden op een niet rechtmatig verblijf van appellante. De minister had niet aannemelijk gemaakt dat de ophouding en bewaring gerechtvaardigd waren. De maatregelen waren daarom onrechtmatig. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het hoger beroep van appellante gegrond verklaard en een vergoeding toegekend voor de periode van bewaring. Tevens werden proceskosten aan appellante toegekend.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond en vernietigt de uitspraak van de rechtbank wegens onrechtmatige ophouding en bewaring van appellante.