ECLI:NL:RVS:2012:BV2899
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit wegens gebruik niet-beëdigde tolk zonder schriftelijke motivering
De vreemdeling stelde beroep in tegen het besluit van de minister van 28 september 2011 tot afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Tijdens het nader gehoor op 22 september 2011 maakte de minister gebruik van een niet-beëdigde tolk, zonder dit schriftelijk en met redenen omkleed vast te leggen zoals voorgeschreven in artikel 28, vierde lid, van de Wet beëdigde tolken en vertalers (Wbtv).
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat geen sprake was van belangenverlies door de vreemdeling. De Raad van State oordeelde echter dat het voorschrift van artikel 28, vierde lid, van de Wbtv duidelijk vereist dat afwijking van het gebruik van een beëdigde tolk schriftelijk en met motivering moet worden vastgelegd. Het niet naleven hiervan leidt tot schending van de wet, ongeacht of er communicatieproblemen zijn gebleken.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en het besluit van de minister, en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. Hiermee werd het beroep van de vreemdeling alsnog gegrond verklaard.
Uitkomst: Het besluit van de minister is vernietigd wegens het gebruik van een niet-beëdigde tolk zonder schriftelijke motivering.