ECLI:NL:RBDHA:2019:5506
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek op grond van ongeloofwaardigheid seksuele gerichtheid en relaas
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege zijn homoseksualiteit en de daaruit voortvloeiende problemen in zijn land van herkomst. Hij stelde dat hij vanwege zijn seksuele gerichtheid mishandeld werd en verstoten door zijn familie. Verweerder wees de aanvraag af op grond van ongeloofwaardigheid van het relaas, met name over de relaties van eiser en de omstandigheden van het incident waarbij eiser en zijn partner werden betrapt.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit zorgvuldig was voorbereid, ondanks het ontbreken van een registertolk in de Edo-taal, en dat er geen sprake was van communicatieproblemen die het relaas van eiser zouden hebben beïnvloed. Ook vond de rechtbank dat een medisch onderzoek naar de littekens van eiser niet noodzakelijk was voor de beoordeling van de geloofwaardigheid.
Verder concludeerde de rechtbank dat verweerder terecht het relaas over de seksuele gerichtheid en de problemen daardoor ongeloofwaardig achtte. De verklaringen van eiser waren summier, vaag en tegenstrijdig, en hij kon belangrijke details over zijn relaties en de situatie in Nigeria niet aannemelijk maken. De rechtbank volgde verweerder ook in de beoordeling dat het nieuwe beleid omtrent LHBTI-geloofwaardigheid correct was toegepast.
Gelet op deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees de aanvraag af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag afgewezen.