ECLI:NL:RVS:2012:BV3719
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens gebrek aan geloofwaardigheid en toerekenbaar ontbreken documenten
De vreemdeling verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister op 6 augustus 2010 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling toerekenbaar geen documenten heeft overgelegd ter staving van zijn reisroute en asielrelaas, waaronder het verscheurde vliegticket en een oproep van de Iraanse politie. De verklaringen van de vreemdeling werden als tegenstrijdig en onvoldoende consistent beoordeeld, waardoor het asielrelaas geen positieve overtuigingskracht heeft.
Verder werd een medisch attest dat na het besluit was opgesteld niet in de beoordeling betrokken, omdat het niet aannemelijk was dat de medische klachten pas na het besluit waren ontstaan. Ook een nieuw asielmotief wegens bekering tot het christendom kon niet worden meegenomen.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarmee het oorspronkelijke besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel blijft in stand.