ECLI:NL:RVS:2011:BR3774
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onrechtmatigheid afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering reisroute en geloofwaardigheid
De minister heeft op 12 januari 2011 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel afgewezen wegens het ontbreken van verifieerbare documenten over de reisroute en het ontbreken van positieve overtuigingskracht van het asielrelaas. De voorzieningenrechter heeft dit besluit vernietigd en geoordeeld dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom de verklaringen van de vreemdeling ongeloofwaardig waren.
De Raad van State oordeelt dat de voorzieningenrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat de minister niet deugdelijk had gemotiveerd dat de vreemdeling geen gedetailleerde, coherente en verifieerbare verklaringen over zijn reisroute had afgelegd. Ook is geoordeeld dat de minister terecht artikel 31, tweede lid, aanhef en onder f, van de Vreemdelingenwet 2000 heeft toegepast vanwege het toerekenbaar ontbreken van documenten.
Verder is vastgesteld dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Iran een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. De Raad van State wijst ook het ingebrachte leugendetectierapport af omdat dit te laat is overgelegd en niet binnen de procedure past.
Ten slotte wordt bevestigd dat de afwijzing in het kader van de aanmeldcentrumprocedure binnen acht dagen op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden en dat de minister niet in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel heeft gehandeld. Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het vonnis van de voorzieningenrechter vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond.