ECLI:NL:RVS:2012:BV3726
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek opheffing ongewenstverklaring wegens ontbreken vereiste verklaring
De vreemdeling verzocht om opheffing van zijn ongewenstverklaring, maar dit verzoek werd door de staatssecretaris afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hij hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de verplichting voor de vreemdeling om een schriftelijke verklaring te overleggen van de bevoegde autoriteiten van het land waar hij sinds zijn ongewenstverklaring verbleef, waaruit blijkt dat hij zich niet schuldig heeft gemaakt aan misdrijven. De vreemdeling kon deze verklaring niet overleggen omdat hij zonder geldige verblijfstitel in Spanje verbleef.
De Raad van State overwoog dat het verzoek om opheffing van de ongewenstverklaring een aanvraag is in de zin van artikel 4:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De minister moet beoordelen of het redelijkerwijs van de vreemdeling kan worden verlangd om de verklaring te verstrekken. Hoewel de rechtbank dit niet had onderkend, leidde dit niet tot vernietiging van de uitspraak omdat het niet kunnen overleggen van de verklaring het gevolg was van de eigen keuze van de vreemdeling om zonder geldige verblijfsvergunning in Spanje te verblijven.
De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van het verzoek tot opheffing van de ongewenstverklaring.