ECLI:NL:RVS:2011:BV3580
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- M.G.J. Parkins de Vin
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake ongewenstverklaring en risico op schending artikel 3 EVRM voor Iraanse homoseksuele vreemdeling
De zaak betreft het hoger beroep van de minister tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit tot afwijzing van het verzoek tot opheffing van een ongewenstverklaring van een Iraanse homoseksuele vreemdeling vernietigde. De vreemdeling was in 2007 ongewenst verklaard en had sindsdien een verzoek ingediend tot opheffing van deze verklaring, dat werd afgewezen. De rechtbank oordeelde dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en dat de strafrechtelijke gevolgen van de ongewenstverklaring tijdelijk moesten worden opgeschort.
De Raad van State overweegt dat de vreemdeling niet voldoet aan de vereisten voor opheffing van de ongewenstverklaring en dat hij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Iran een reëel risico loopt op vervolging of een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro vanwege zijn homoseksualiteit. De minister heeft terecht geoordeeld dat de enkele omstandigheid van homoseksualiteit onvoldoende is om een verblijfsvergunning te rechtvaardigen. Tevens is vastgesteld dat de vreemdeling nooit rechtmatig verblijf in Nederland heeft gehad en dat hij geen bijzondere banden heeft opgebouwd die een schending van artikel 8 EVRM Pro zouden rechtvaardigen.
Verder is geoordeeld dat de rechtbank ten onrechte nieuwe gronden in beroep heeft betrokken die niet in bezwaar waren aangevoerd, zoals de bekering tot het christendom. Ook is vastgesteld dat de rechtbank onterecht de strafrechtelijke gevolgen van de ongewenstverklaring heeft opgeschort, aangezien dit buiten haar bevoegdheid valt.
De Raad van State verklaart het hoger beroep van de minister gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.