Uitspraak
201109416/1/A3.
201001472/1/H3), het college bij het nemen van een verkeersbesluit een ruime beoordelingsmarge toekomt. Het is aan het college om alle verschillende bij het nemen van een dergelijk besluit betrokken belangen tegen elkaar af te wegen. De rechter dient zich bij de beoordeling van een dergelijk besluit terughoudend op te stellen en te toetsen of het besluit niet in strijd is met wettelijke voorschriften dan wel de afweging van de betrokken belangen zodanig onevenwichtig is dat het college niet in redelijkheid tot dat besluit heeft kunnen komen.
200705778/1dat verkeersbord E1 van bijlage 1 van het RVV 1990, dat op de Hoofdgraaf is geplaatst, geldt voor elke weg in de zin van de Wvw en het RVV 1990. De parkeerstrook is een weg in de zin van die bepaling. Dat die naast de rijbaan is gelegen, is hiervoor niet van belang. Slechts door opheffing van het parkeerverbod mag op de parkeerstrook worden geparkeerd. [appellant] wordt daarom door de opheffing van dat verbod in zijn belangen geraakt.
200306296/1), geldt als uitgangspunt dat het treffen van een verkeersmaatregel, als hier aan de orde, als een normale maatschappelijke ontwikkeling moet worden beschouwd, waarmee een ieder kan worden geconfronteerd en waarvan de nadelige gevolgen in beginsel voor rekening van de daardoor getroffenen mogen worden gelaten. Dat neemt niet weg dat zich feiten en omstandigheden kunnen voordoen, waardoor een individueel belang ten gevolge van een dergelijke maatregel zodanig zwaar wordt getroffen, dat het uit die maatregel voortvloeiende nadeel redelijkerwijs niet ten laste van betrokkenen dient te blijven.