Uitspraak
201104756/1/A1en
201109117/1/A1, ter zitting behandeld op 16 januari 2011, waar de vereniging, vertegenwoordigd door A.A. van Abeelen en ir. C.D. van Dijk, en het college, vertegenwoordigd door B.A.P. van de Staak en H.L.J. Hoppenbrouwers, beiden werkzaam bij de gemeente, bijgestaan door mr. B.J.P.G. Roozendaal, advocaat te Breda, zijn verschenen. Voorts is ter zitting het waterschap, vertegenwoordigd door E. Schellekens en R. van Otterloo, bijgestaan door mr. B.J.P.G. Roozendaal, advocaat te Breda, verschenen.
200800531/1) dient de vraag of sprake is van een wijziging van ondergeschikte aard, per concreet geval te worden beantwoord. Het bouwplan is gewijzigd omdat op de bij het besluit van 29 juni 2010 eerder behorende bouwtekening de suggestie werd gewekt dat de Dommel naar het zuiden zou worden verlegd omdat de zandvang buiten de Dommel was geprojecteerd op de bestemming "Natuur". In de besluitvorming is evenwel steeds van uitgegaan dat de zandvang in de Dommel zou worden aangelegd op gronden waarop de bestemming "WAL" rust. Het dossier biedt geen enkele grondslag aan de veronderstelling dat het waterschap en het college beoogd hebben de Dommel ter plaatse te verleggen. Nu met het gewijzigde bouwplan de loop van de Dommel op juiste wijze is weergegeven en hiermee is beoogd een kennelijke fout te herstellen, het bouwwerk wat uiterlijke verschijningsvorm betreft niet is gewijzigd, er geen nieuwe toetsingsaspecten zijn verbonden aan de wijziging omdat het college steeds is uitgegaan van de bestemming "WAL", zijn de veranderingen van ondergeschikte aard. Dat de aan- en afvoerroutes zijn gewijzigd, zoals de vereniging stelt, is in deze niet van belang nu de bouwvergunning daar niet op ziet.