Uitspraak
201100631/1/T1/H3heeft de Afdeling het college opgedragen om binnen zes weken na de verzending van deze tussenuitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen de gebreken in het besluit van 7 januari 2011 te herstellen.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Almere weigerde de fysieke belemmeringen aan het begin van het winkelgebied Stadshart te verwijderen, ondanks verzoeken van G4S Cash Solutions B.V. en Brink's Nederland B.V. Deze besloten vennootschappen, actief in geld- en waardetransport, beroepen zich op een vrijstelling in de Wegenverkeerswet 1994 en de Regeling vrijstelling geld- en waardetransportbedrijven die hen toegang tot voetgangersgebieden onder voorwaarden garandeert.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van G4S en Brink's gegrond en vernietigde het collegebesluit. Het college stelde daarop een nieuw besluit vast waarin het bezwaar ongegrond werd verklaard en de fysieke belemmeringen in stand bleven. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college de brieven van G4S en Brink's ten onrechte als verzoek tot handhaving had aangemerkt en vernietigde het besluit van 7 januari 2011.
Voorts oordeelde de Afdeling dat het besluit van 13 oktober 2011, waarin het college de fysieke belemmeringen handhaafde, in strijd was met de Regeling en de Wegenverkeerswet 1994. De vrijstelling voor geld- en waardetransportbedrijven impliceert dat deze bedrijven stapvoets het voetgangersgebied moeten kunnen inrijden, hetgeen door de fysieke belemmeringen onmogelijk werd gemaakt. Het college werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen en werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van G4S en Brink's.
Uitkomst: Het besluit van het college om de fysieke belemmeringen in het voetgangersgebied in stand te laten is vernietigd en het college is opgedragen een nieuw besluit te nemen.