ECLI:NL:RVS:2012:BV7787
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- B. van Wagtendonk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onrechtmatigheid vreemdelingenbewaring wegens ontbreken uitzicht op uitzetting
De vreemdeling was in vreemdelingenbewaring gesteld op basis van het ontbreken van een geldig terugkeervisum voor Cuba en het vermeende uitzicht op uitzetting binnen een redelijke termijn. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Hij overlegde een brief van de Cubaanse consul waarin werd bevestigd dat hij een emigrantenstatus heeft en geen laissez passer zal worden afgegeven, waardoor uitzetting niet binnen redelijke termijn mogelijk is. De minister erkende dit contact met de Cubaanse autoriteiten, maar motiveerde onvoldoende waarom toch uitzicht op uitzetting zou bestaan.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank dit niet had onderkend en vernietigde het vonnis. Het beroep van de vreemdeling werd gegrond verklaard, het besluit tot vreemdelingenbewaring werd opgeheven en het verzoek om schadevergoeding werd op nihil gesteld vanwege de omstandigheden. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, en de minister veroordeeld tot proceskostenvergoeding.