ECLI:NL:RVS:2012:BV8028
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- A.W.M. Bijloos
- L. Groenendijk
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bij hoger beroep tegen afwijzing Nederlanderschap
De minister van Justitie wees op 28 mei 2010 het verzoek van verzoeker om het Nederlanderschap te verkrijgen af. Na een bezwaarprocedure verklaarde de minister het bezwaar ongegrond. De rechtbank Zutphen vernietigde het besluit van de minister en bepaalde dat binnen zes weken een nieuw besluit moest worden genomen.
De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat het vonnis van de rechtbank direct uitgevoerd zou worden. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak behandelde dit verzoek op 13 februari 2012.
De voorzitter oordeelde dat het niet uitgesloten kon worden dat het hoger beroep tot een andere uitkomst zou leiden en dat het nemen van een nieuw besluit over het Nederlanderschap van verzoeker onomkeerbare gevolgen zou hebben, zoals het verkrijgen van kiesrecht en een paspoort. Verzoeker had geen dringende omstandigheden aangevoerd die spoed rechtvaardigden.
Daarom werd besloten dat de minister geen nieuw besluit hoeft te nemen voordat het hoger beroep is beslist. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De minister hoeft geen nieuw besluit te nemen over het Nederlanderschap totdat het hoger beroep is beslist.