Uitspraak
200405311/1is in dit verband niet relevant, reeds omdat in dat geval wel sprake was van activiteiten die strijdig waren met het ter plaatse geldende bestemmingsplan.
200510340/1) volgt uit artikel 4 van Pro de Woningwet en de geschiedenis van totstandkoming van deze bepaling (Kamerstukken II 1998/-99, 26 734, nr. 3, blz. 37) en de Nota van Toelichting (blz. 174 en 181, Stb. 2001, 410) dat op het verbouwen van een bouwwerk in beginsel de nieuwbouweisen van het Bouwbesluit 2003 van toepassing zijn. Deze eisen gelden alleen ten aanzien van dat gedeelte van het bouwwerk dat wordt verbouwd. Nu de grootte van de ruimte waarin de kolom zal worden verwijderd als gevolg van het bouwplan niet wijzigt en het aantal keer dat de ruimte per jaar wordt gebruikt niet relevant is voor de ingevolge het Bouwbesluit geldende brandveiligheidseisen, behoeft alleen de verwijdering van de kolom en de aanbrenging van de spantconstructie, tezamen met de eventueel daarmee verband houdende wijzigingen in de constructie van het pand, te worden getoetst aan de nieuwbouweisen uit het Bouwbesluit. De in dat verband door Croes bouwtechnisch ingenieursbureau opgestelde constructieberekening is op 5 maart 2010 akkoord bevonden door een constructeur van de gemeente Overbetuwe en is door JPO Vastgoed niet betwist. Gelet hierop heeft de rechtbank terecht geen grond gezien voor het oordeel dat het college aannemelijk had moeten achten dat het bouwen waarop de aanvraag betrekking had, niet voldoet aan de voorschriften uit het Bouwbesluit.