ECLI:NL:RVS:2012:BV9502
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- B. van Wagtendonk
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen voor terbeschikkingstelling arbeidskracht
De minister legde appellant een boete van €8.000,- op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning arbeid verrichtte aan boord van een Nederlands motorvrachtschip. Appellant betwistte dat de vreemdeling daadwerkelijk arbeid had verricht en voerde aan dat de dienstverlening niet bestond uit het ter beschikking stellen van arbeidskrachten, maar uit tijdelijke grensoverschrijdende dienstverlening.
De rechtbank wees het beroep van appellant af en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. Het Hof van Justitie van de EU had prejudiciële vragen beantwoord die bevestigden dat de eis van een tewerkstellingsvergunning niet in strijd is met EU-verdragen wanneer sprake is van ter beschikking stellen van arbeidskrachten. De Raad oordeelt dat aan de criteria voor ter beschikking stellen is voldaan, omdat de vreemdeling in dienst was van een Slowaaks uitzendbureau en onder toezicht van de schipper werkte.
Verder faalden de procedurele bezwaren van appellant over overschrijding van termijnen en het ontbreken van bewijs over de nationaliteit van de vreemdeling. Ook het beroep op overschrijding van de redelijke termijn volgens het EVRM slaagde niet, mede doordat de tijd voor het afwachten van de prejudiciële beslissing redelijk was. De boete blijft daarmee in stand en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €8.000,- wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning.