ECLI:NL:RVS:2012:BW0001
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ongewenstverklaring vreemdeling wegens dienstweigering en risico terugkeer Turkije
De vreemdeling werd ongewenst verklaard door de staatssecretaris van Justitie en maakte bezwaar tegen dit besluit. Na een hernieuwde beslissing bleef het bezwaar ongegrond, waarna de rechtbank het beroep van de vreemdeling gegrond verklaarde en het besluit vernietigde. De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht aannam dat de vreemdeling innerlijke en diepgaande verbondenheid heeft met zijn volk, mede gelet op zijn deelname aan protesten en culturele bijeenkomsten. Dit rechtvaardigt volgens de Vreemdelingencirculaire 2000 de status van vluchteling wegens dienstweigering.
Verder werd geoordeeld dat de minister zich niet redelijk kon opstellen dat de vreemdeling geen vluchteling is en dat het risico op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Turkije onvoldoende aannemelijk was gemaakt. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep bij de rechtbank ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.