ECLI:NL:RBDHA:2015:14190
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onzorgvuldige motivering dienstweigering Oekraïense asielzoeker
Eiser, een Oekraïense staatsburger behorend tot de Russisch sprekende bevolkingsgroep, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege zijn weigering deel te nemen aan militaire dienst in het conflict in Oekraïne. Hij stelde ernstige gewetensbezwaren te hebben tegen deelname aan een gewapend conflict tegen zijn eigen volk en vreesde strafrechtelijke vervolging wegens desertie.
De staatssecretaris wees de aanvraag af, stellende dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij ernstige, onoverkomelijke gewetensbezwaren had en dat hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij bij militaire dienst betrokken zou worden bij oorlogsmisdrijven. De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende inzicht gaf in de beoordeling van de gewetensbezwaren en de banden van eiser met zijn volk, en dat de motivering over de vermeende betrokkenheid bij oorlogsmisdrijven ontbrak.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet onder de categorieën viel die aanspraak maken op asiel wegens discriminatoire bestraffing en dat zijn vrees voor straf wegens desertie onvoldoende was onderbouwd. De rechtbank vernietigde het besluit en beval een nieuw besluit waarin de staatssecretaris duidelijk moet maken op welke gedragslijn hij zijn beoordeling baseert en waarin nader onderzoek wordt gedaan naar de gestelde gewetensbezwaren en mogelijke betrokkenheid bij oorlogsmisdrijven.
De rechtbank veroordeelde de staatssecretaris tevens tot vergoeding van de proceskosten van €980,-. Het hoger beroep staat open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering en onzorgvuldige voorbereiding.