ECLI:NL:RVS:2012:BW0617
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onbevoegdverklaring vreemdelingenrechter inzake detentie onder gezag Internationaal Strafhof
De vreemdeling was gedetineerd op bevel van de Congolese autoriteiten en overgebracht naar het Internationaal Strafhof (Strafhof) in Nederland op grond van internationale afspraken. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen de maatregel van bewaring opgelegd volgens de Vreemdelingenwet 2000, omdat de detentie niet viel onder Nederlandse wetgeving.
De vreemdeling voerde aan dat Nederland rechtsmacht had en dat het Strafhof de Nederlandse autoriteiten had verzocht de controle over te nemen, wat Nederland niet had gedaan. Ook stelde hij dat de rechtbank ten onrechte niet naar de burgerlijke rechter had verwezen en dat internationale bepalingen en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens van toepassing waren.
De Raad van State overwoog dat de detentie plaatsvindt onder gezag van het Strafhof en dat artikel 88 van Pro de Uitvoeringswet Internationaal Strafhof bepaalt dat Nederlandse wet niet van toepassing is op deze vrijheidsontneming. Daarom is de vreemdelingenrechter niet bevoegd om over de rechtmatigheid van de detentie te oordelen. Ook is het niet vereist om te verwijzen naar de burgerlijke rechter omdat niet vaststaat dat enige Nederlandse rechter rechtsmacht heeft.
Het hoger beroep is daarom kennelijk ongegrond en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De vreemdelingenrechter is onbevoegd om te oordelen over de detentie onder gezag van het Internationaal Strafhof; de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.